
Wie mij volgde toen ik nog een Facebook-account had, weet dat ik voortdurend de loftrompet afstak over de Oost-Indische kers. Toen ik deze plant eenmaal ontdekt had, was er geen houden meer aan. Ik had zaden gekocht en er kwamen oranje bloemen op. Ik hoorde dat je de bloemen kan eten. Mmmm, bleek nog lekker te zijn ook.
Daarna ontdekte ik meer soorten en kleuren, ook de rankende soort. En de kleurschakeringen! Ik maakte voortdurend foto’s van ze, in allerlei posities. Sinds die tijd gaat er in de zomer altijd wel een Oost-Indische kers-bloem door de salade. Je moet even wachten, nu bijvoorbeeld (bijna juni) zijn ze er nog niet maar als ze zich eenmaal laten zien, gaan ze heel lang door.
Ik hoef ze eigenlijk niet te zaaien want ze komen altijd wel ergens op, bij voorkeur in arme grond. Dus vooral niet gaan zitten te voeden, deze plant, daar houdt hij niet van!
Ik had het nog niet eens over de voedingsstoffen die erin zitten. Alle kers-soorten zijn erg gezond voor ons mensen (waterkers, tuinkers etc). De Oost-Indische kers bevat onder meer ijzer, kalium, magnesium, zwavel, fosfor en vitamine C en B. Het blad kan je ook eten maar ik geef toch de voorkeur aan de bloemen. Wel even in het hart kijken of het insectenvrij is, want soms houdt een torretje er siësta. Ik eet vegetarisch, dus een insect hoef ik er niet bij. Ja, kappertjes kan je van de zaden maken maar dat heb ik nog nooit gedaan.
Ik noemde het net al: ze zijn zo fotogeniek! Daar kan ik lyrisch van worden. Deze foto is alweer van heel wat jaren geleden en de oogst kwam uit de volkstuin die we toen hadden. O ja, de volkstuin. Ik noem nog even mijn boek ‘Overleven in het tuinhuis’. Er zijn er nog een paar te koop. Klik HIER voor meer informatie.

