Dag bezoeker, welkom.
Om in leven te blijven moet ik niet alleen eten, drinken en slapen maar vooral ook schrijven en fotograferen. Het resultaat vind je hier: columns, verhalen, interviews. 

Emmy Fons

Met een mand vol groente en fruit stond ik even later op de binnenplaats van het jachtslot. Met een ruk werd de deur geopend.
Daar stond Willem. Hij was niet in een beste stemming, dat zag je zo. Maar hij was wel zo hoffelijk de lading van mij over te nemen. Om hem gunstig te stemmen, had ik onderweg een paar nieuwe shirts en een capuchon-vest voor hem gekocht, plus een makkelijke huisbroek. Hij haalde daar wel zijn grote neus voor op, doch dat maakte mij niet uit. 

Waar was zijn dienaar? De opperheer beende mij voor naar de keuken. Onderwijl ondervroeg hij mij.
“Wie bereidt de maaltijden? Heb je voor keukenpersoneel gezorgd?”
“Nee natuurlijk niet. We kunnen niemand vertrouwen, weet je nog. Ik kook.” 
“Ja ja. En waar is dat andere eh..’mandje’, Alice?” Zo sprak hij het uit. Spottend.
“Dit is alles, Willem.” 
“Ik denk het niet, Alice.” 
“Waarom denk je van niet, Willem?” 
“Omdat jij ergens een klein kistje hebt verborgen. Ontken het niet, ik kan slecht tegen leugens.” 
“O, deze bedoel je?” Ik stak mijn hand in de juten tas die ik bij me had, en haalde het eruit.
“Wat doet het daar, Alice?” 
“Weet ik niet, Willem. Het moest even luchten, denk ik.” 

Deze in helse zaken doorgewinterde koning-stadhouder viel niet te besodemieteren. Naïef en dom, dat was ik. Maar lang duurde deze zelfkritiek niet. Ik besloot open kaart te spelen.
“Oké, ik geef toe dat ik een beetje stiekem ben geweest en dat is niet netjes. Ik had niet in jouw kast mogen kijken zonder toestemming, ik had niet reikhalzend moeten uitzien naar wat er in het pakketje van Villiers zit en al helemaal niet had ik dat kistje tijdelijk mogen stelen.”
“Mógen stelen?” Hij greep me bij de pols. Het deed pijn maar ik reageerde niet en bleef hem aankijken. Zijn neusvleugels verwijdden zich.
“Begrijp goed dat je deze dingen bij mij niet moet flikken. Dan maak je mij gevaarlijk kwaad. Ik verwacht van je dat je vertelt wat je verder van plan was.”
Ik kon niet meer terug maar dat wilde ik ook niet. 

“Ik ben nieuwsgierig van aard. Vooral als er een waas van geheimzinnigheid om iets heen hangt. Dat boek maakte iets in mij los en daarna dat kistje en dat paarse voorwerp. Ik wilde weten wat er precies in zat. Daarom nam ik het even mee, naar mijn caravannetje.”
Hij liet mij pols nu pas los. “Ga zitten, “ beval hij en wees naar een stoel in de keuken. Op dat moment kwam Geoffrey binnen. 
“Zal ik weer gaan?” Vroeg de trouwe lakei.
“Nee nee nee nee, Geoffrey. Blijf er maar bij. We zijn aan elkaar overgeleverd en ik stel voor dat we vanaf heden alles aan elkaar vertellen.”
De lakei ging op de stoel tegenover mij zitten, Willem tussen ons in.
“Alice had het kistje even meegenomen, naar haar caravan. Ze wil graag alles weten,” praatte hij zijn dienaar bij.
“Maar ja, jullie zijn slimmer dan ik want het kistje was leeg en…”. De lakei onderbrak mij. Verbouwereerd keek hij mij aan.
“Wat zeg je daar? Is het kistje leeg? Zit er niets meer in?” 
“Klopt dit niet dan? Heb je de inhoud niet verwijderd?” Het leek wel alsof ik het over een computerprogramma had. Wanhopig polste Geoffrey bij Willem: 
“Nee, dat heb ik niet. U, misschien?”

Er verstreken een paar helse minuten waarbij Willem III zich op zijn hakken omdraaide, naar het raam liep en daar een tijdje naar buiten staarde. Daarna zwierde hij soepel weer terug en van deze afstand riep hij uit: “Ja! Dat deed ik! Omdat ik jullie alle twee niet vertrouw. Zo erg is het!”  

Scroll naar boven