Willem lll leeft (1)

Zo’n dag was het..

Het was zo’n lente waarop ik plotseling zin kreeg om in de tuinen van museumpaleis het Loo te gaan wandelen. Ik houd ervan toe te geven aan mijn impulsen, dus pakte ik mijn huissleutel en bankpas. De sleutel propte ik in het borstzakje van mijn blouse, het pasje plaatste ik onder mijn pet. Even later passeerde ik de entree van het landgoed en huppelde over de oprijlaan. Het was warm, de zon scheen en een zacht briesje deed de bomen sereen ruisen.

Ik slenterde door de barokke tuinen, bewonderde de historische rijkdommen en ontdekte toen een kleine gammele deur aan de zijkant van het paleis. Om me te beheersen is niet makkelijk voor mij.  Zie ik een deur, dan wil ik er achter kijken. Mijn hart sprong op, want de deurklink gaf mee. Vlug keek ik om mij heen. Er was niemand te zien dus glipte ik naar binnen en kwam in een donkere en muf ruikende ruimte terecht. Het was een cocktail van geuren die in de loop der tijd waren afgescheiden en tezamen een innige relatie waren aangegaan.

Op de tast beklom ik een trappetje, waar ik op een tweede deur stuitte. Tot mijn vreugde gaf die ook mee. Nu bevond ik mij in een vertrek dat de versleten grandeur had van een historisch paleisverleden. Gek genoeg was ik niet eens verbaasd toen ik hem zag zitten, al dacht ik aanvankelijk dat ik met een wassen beeld te maken had. Blijkbaar hoorde het bij de entourage, iets wat het museum had bedacht.

Er was geen spoortje schrik in mij toen hij zijn arm hiefOok hij leek niet geschokt door mijn verschijnen. “Ha! Na driehonderd jaar eindelijk een verrassing!” riep hij vrolijk uit vanuit een zetel waar ondanks de weelde die eraan kleefde de rafels bij hingen. Hij had een merkwaardig accent.

“U bent uitgedost alsof u koning-stadhouder Willem III bent!” floepte ik eruit. Ik moest er ook nog onbedaarlijk bij lachen. “U lijkt precies op hem, zoals hij op de schilderijen is afgebeeld. Daar heb ik vaak naar staan kijken.”
“Als ik u niet ontrief, ik bén Willem III”, liet hij mij nu toch een beetje schrikken.
“De geest van Willem, het spook, bedoelt u?”
“Nee, van vlees en bloed. Voel maar.”
Hij hees zich op uit zijn fauteuil. De stofdeeltjes dansten om hem heen terwijl hij op mij afkwam. De penetrante geur die hem daarbij vergezelde, probeerde ik te negeren maar dat viel niet mee. Ik betastte voorzichtig de hand die hij uitstak maar was niet overtuigd.
“Laat mij uw pols eens voelen”, gebood ik.
Hij gehoorzaamde nog ook. Ik voelde een heldere gelijkmatige hartenklop.
“Mon dieu!” riep ik uit. “Geen acteur?”
“Nee, werkelijk niet. Ik ben echt de koning.” Hij zuchtte en keek mij vermoeid aan.

“Welke naam is u bij geboorte gegeven?” informeerde hij.
“Emsi. Mijn moeder wilde mij aanvankelijk Alice noemen. Zoals die in Wonderland. Maar dat weet u niet. Dat was na uw tijd, tenzij u bij de tijd bleef in die driehonderd jaar,” grinnikte ik.
Dit negeerde hij en verkondigde: “Wonderlijk, u bent de eerste die de weg naar mijn vertrekken wist te vinden! Maar ik moet nu hoognodig aan de middagslaap, daar was ik al naar op weg. Komt u vooral terug, dan vervolgen we op aangename wijze onze conversatie.”
Hij begeleidde me naar de uitgang waar hij mij verder een goede dag wenste. En zo stond ik weer buiten, met toegeknepen ogen want het felle zonlicht was verblindend. Ik keek om. Achter een raam werd een gordijn opzij geschoven, een hand vol beringde vingers zwaaide mij uit.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

gerelateerde berichten

Scroll naar boven